30-plusmaatregel van de baan: wat doet het MBO eigenlijk aan leven lang leren?

March 13th, 2011

De voorziene bezuiniging op het leven lang leren lijkt van de baan. Het MBO kan ook in de toekomst studenten boven de 30 blijven werven en inschrijven.

Hoe de bezuiniging precies wordt omgebogen is nog niet duidelijk. Wel spreekt men van een soort gelijke verdeling van de kosten; zowel de overheid, werkgevers en werknemers als het onderwijs zullen hun steentje bij moeten dragen. Niet verkeerd.

En Van Zijl heeft gelijk als hij stelt dat  vooral het MBO ‘een groter aandeel heeft aan en daarmee een grotere verantwoordelijkheid heeft voor het opleiden van 30-plussers.’

Hoe gaat het MBO dat aandeel en die verantwoordelijkheid dan nu vorm geven? Daar heb ik niet zo veel vertrouwen in. Tenminste als je, net als ik, veronderstelt dat een leven lang leren voor een belangrijk deel te maken heeft met vaardigheden (competentie) die ervoor zorgen dat je als werknemer gedurende je loopbaan je eigen leerproces makkelijk plant, organiseert en stuurt, zij het formeel of informeel.

Waarom heb ik zo weinig vertrouwen? Dat heeft alles te maken met de moeizame manier waarop het MBO de laatste jaren invulling heeft kunnen geven aan de hiervoor geschetste onmisbare competentie ‘leren leren’. Dan doel ik in het bijzonder op de vaardigheid je eigen leerproces te kunnen plannen, organiseren en sturen. Hierbij horen allerlei zaken zoals het formuleren van je leerdoelen en –activiteiten (POP en PAP) en het reflecteren op en verslagleggen van hetgeen je gedaan hebt.

Hoeveel houvast biedt het brondocument Leren, loopbaan en burgerschap?

Het MBO werkt binnenkort met een nieuwe versie van het brondocument LLB. In het MBO is een dergelijk ‘apart’ document noodzakelijk gebleken, omdat onderwijs en bedrijfsleven tezamen niet in staat waren deze competenties te relateren aan de ontwikkeling van beroepscompetenties.

De afkorting LLB wordt met ingang van 1 augustus 2011 teruggebracht tot LB. Ofwel loopbaan en burgerschap. Want investeren in ‘leren leren’ (waaronder ik ook het reflecteren reken) doen we met ingang van 01-08-11 niet langer in het MBO. De uitdrukking ‘leren leren’ komt in het brondocument zelfs helemaal niet meer voor. En dat geldt dan logischerwijs ook voor het woord ‘reflecteren’.

Tja, dat is dan jammer. En ook een beetje onbegrijpelijk als de berichtgeving over het nieuwe brondocument op de site van de MBO Raad begint met de de volgende zin:

Het mbo kent een drievoudige kwalificering: leren, loopbaan en burgerschap.

Dan zijn wel als mbo vanaf augustus 2011 dus alleen nog maar van de tweevoudige kwalificering, namelijk loopbaan en burgerschap. Toch!?

Of toch niet? Kan het met nog minder? Want voor burgerschap zijn er met ingang van 1 augustus 2011 geen exameneisen meer en kennen de ROC’s alleen nog maar een inspanningsverplichting. Zeg het maar!

Ik ben daarom benieuwd wat de door het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt georganiseerde bijeenkomsten over leven lang leren en competenties van leerlingen en leraren gaan opleveren.

De vragen die het SBO wil beantwoorden zijn de volgende:

  • Wat verstaan we onder levenlang leren competenties?
  • Om welke competenties gaat het bij leerlingen die een levenlang leren in het vooruitzicht moeten hebben?
  • Welke competenties hebben leraren nodig om de levenlang leren competenties aan leerlingen over te dragen?

En ik ben ook benieuwd of de antwoorden op bovenstaande vragen voor het MBO ook maar enigerlei waarde hebben. Want die antwoorden moeten natuurlijk wel bijdragen aan de realisatie van de verantwoordelijkheid die het MBO heeft met betrekking tot het leven lang leren. En die verantwoordelijkheid kan ik eerlijk gezegd nergens (meer) terugvinden. 

Misschien is het maar goed dat het  MBO door het actieplan “Focus op vakmanschap” minder onderwijstijd in de beroepspraktijk mag programmeren. Want studenten die hun eigen leerproces niet kunnen organiseren en sturen, zullen vooral in de beroepspraktijk (zonder goede begeleiding) grote problemen ervaren.

Misschien is het  bovendien ook maar goed dat het HBO strenger gaat selecteren aan de poort. Want een eenzijdige nadruk in het MBO op Taal (Nederlands en Engels) en Rekenen is toch echt onvoldoende als het gaat om de competenties die hogescholen van MBO’ers verlangen.

Buitenschools leren: locaties in beeld met Google Maps

February 23rd, 2011

Dit is een leuk initiatief van Peter Richardson (aka PrimaryPete): Map of Outdoor Learning Experiences (MOLE). Op de door hem gemaakte kaart in Google staan verschillende locaties vermeld die interessant zijn voor leraren. Hij heeft bij de ‘prikkers’ gekozen voor verschillende kleuren die de leeftijdscategorie van de leerlingen symboliseren.

Alle locaties op de kaart zijn voorzien van een beschrijving van de mogelijkheden die deze bieden voor een schooltripje. Het leuke is dat deze Google Map door Peter wordt gedeeld zodat een ieder die dat wil een locatie en beschrijving kan toevoegen.

image

 

e-Learning trends

February 22nd, 2011

In een bericht van Learning Circuits (onderdeel van de ASTD) staan een aantal interessante resultaten van een overigens bescheiden onderzoekje.

Wie zijn de respondenten?

Het zijn vooral onderwijsinstellingen (13,8%) met op gepaste afstand verzekeringsbedrijven (9,2%) en tenslotte de maakindustrie en overheid op een gedeelde derde plaats (6,2%) die hebben meegedaan aan deze enquête. De totale spreiding over verschillende bedrijfstakken is verder aanzienlijk

Waarvoor wordt e-learning ingezet?

E-learning wordt vooral ingezet voor het trainen van IT-vaardigheden van eindgebruikers (desktopapplicaties): 39,2%. Meer taakspecifieke vaardigheden scoren even hoog als vaardigheden op het terrein van de controle en verantwoording (regulatory/compliance issues): 35,4%. Pas op een derde plaats komen de vaardigheden waarvan de klant rechtstreeks profiteert (customer service training): 34,2%.

Deze antwoorden lijken er op te wijzen dat instellingen en organisaties een sterke focus hebben op doelmatigheid (intern gericht) en daarna pas op klantgerichtheid (extern gericht). Dat is des te opmerkelijker als je bedenkt dat bijna een derde van de respondenten een sterke externe focus zou moeten hebben (onderwijs, overheid, non-profit, et cetera). Of niet?

Hoe wordt e-learning ingezet?

Gevraagd naar de ingezette functionaliteit antwoordt 55% dat er gebruik wordt gemaakt van een elektronische leeromgeving. Op de tweede plaats komen de assessment- en toetsinstrumenten (48,8%). Als derde worden auteurstools genoemd met 45%.

Gebruik van virtuele werelden (ex aequo met e-Labs), serious gaming en mobiel leren scoren bij deze respondenten zeer matig met achtereenvolgens 6,3%, 7,5% en 8,8%

Deze antwoorden veronderstellen dat nog steeds veel instellingen en organisaties hun eigen materiaal ontwikkelen en waarde hechten aan assessment dan wel toetsing. Dat lijkt te wijzen op traditionele vormen van leren.

Welke zorgen heeft men m.b.t. e-learning?

q7Ook deze antwoorden verbazen niet echt als blijkt dat de kosten (qua invoering èn qua onderhoud), de vereiste deskundigheid en het tijdsbeslag het zwaarst wegen met achtereenvolgens 48% (Cost to implement), 45,3% (Time commitment required) en 37,5% (Technical commitment required).

De kwaliteit van de trainingsprogramma’s en de vraag of e-learning past bij de bedrijfscultuur wegen minder zwaar met 31,3% en komen ex aequo op een vijfde plaats na de kosten van onderhoud (34,4%).

Hoewel het een klein onderzoek is, roepen de cijfers toch een beeld op dat ook tien jaar geleden de uitkomst had kunnen zijn.

Ik denk dat Will Richardson in zijn bericht over de ‘echte meerwaarde’ van online leren het bij het rechte eind heeft. Maar ook in zijn geval is er sprake van een lijstje met ‘voordelen’ dat is opgesteld door studenten, dat wil zeggen van gebruikers. Richardson betoogt  in zijn  bericht dat andere voordelen van het online leren veel zwaarder wegen, zoals bijvoorbeeld zelfregulering. Dat rechtvaardigt volgens hem dat je mag spreken van online learning en niet van learning online.

Toch mogen we niet vergeten dat in feite altijd de gebruikers zelf (studenten, docenten of wie dan ook) uiteindelijk bepalen wat de echte meerwaarde is. Ook al is dat soms niet meer dan een meer doelmatige substitutie van traditionele vormen van leren. 

Docenten behouden voor het onderwijs

February 13th, 2011

Ik denk dat Lord David Puttnam zich terecht zorgen maakt over de aantrekkelijkheid van het hedendaagse onderwijs voor jonge docenten.

But I ask you: for how long will these crucial change agents remain in a profession that at times appears quite unwilling or unable to deliver the nature, the scale and the pace of change  that they quite reasonably expect.

 

 

Sociale media middel voor participatief leren

January 27th, 2011

Als bijlage bij dit bericht het artikel “Sociale media middel voor participatief leren” dat ik heb geschreven voor het decembernummer 2010 van Onderwijs en Gezondheidszorg.

Een nieuwe vorm van sociale ongelijkheid dient zich aan, door Henry Jenkins ook wel aangeduid als ‘participation gap’. Niet alleen de maatschappij maar ook de kenniseconomie verandert in een duizelingwekkend tempo. Het (beroeps)onderwijs heeft een belangrijke taak als het gaat om het voorbereiden van onze jeugd op deze wereld. Met dit artikel probeer ik vooral docenten te informeren over de wijze waarop ze sociale media kunnen inzetten bij hun onderwijspraktijk.

In dit artikel pleit ik onder andere voor meer aandacht van het (beroeps)onderwijs voor kinderen en jongeren die dreigen buiten de boot te vallen omdat ze weinig of geen gebruikmaken van de media die onze sociale orde volledig lijken te transformeren.

Sociale media middel voor participatief leren (P Moekotte)


Close
E-mail It