Archive for December, 2009

Europees onderzoek onder docenten: creativiteit 1.0

Wednesday, December 30th, 2009

Uit een groot Europees onderzoek onder docenten (10.000 docenten uit 27 lidstaten) blijkt dat diezelfde docenten een belangrijke rol toedichten aan creativiteit.

94% of European teachers believe creativity is a fundamental competence to be developed at school, and 88% are convinced that everyone can be creative.

Dit is goed om te horen. Vooral voor al diegenen die de TED-talk van Sir Ken Robinson (Do schools kill creativity?) hebben gezien, erover hebben geblogd en ook de mening zijn toegedaan dat het huidige onderwijs funest is voor de creativiteit.

Creatief leren/denken omvat elementen als nieuwsgierigheid, analyse en verbeelding, kritisch en strategisch denkvermogen. Niet alle bevraagde docenten hechten eenzelfde waarde aan creativiteit in relatie tot  het curriculum.  Slechts de helft van hen kent deze waarde toe aan creativiteit; een kwart van de respondenten erkent die waarde niet.

Binnen het curriculum lijkt creativiteit (creative thinking)  niet voorbehouden aan specifieke vakgebieden of kennisdomeinen.

An overwhelming majority of teachers believe that creativity can be applied to every domain of knowledge and to every school subject (95.5%). They do not see creativity as being only relevant for intrinsically creative subjects such as the arts, music or drama. According to this research, this is of paramount importance for the development of creative thinking as a transversal skill.

De  bevraagde docenten vinden trouwens  ook dat ICT een wezenlijke rol speelt bij het ontwikkelen van creativiteit. Maar wat dan weer vreemd is, is het feit dat de meerderheid van de respondenten vooral waarde hecht aan typisch traditionele onderwijstechnologie; zeg maar e-learning 1.0.

Teachers believe  to a very  large extent  that  Information and Communication Technologies  (ICT) can be used  to enhance creativity. They are more convinced of the usefulness of what can nowadays be considered as more traditional technologies (computers, Internet, educational software, etc.) than by more recently  developed  innovative  and  interactive  technologies (social networks, blogs, digital games, mobile phones, etc.).

Dit kan natuurlijk weer te maken hebben met de kennis en ervaring, en dus ook creativiteit, van docenten  zelf. Uit het onderzoek blijkt immers dat hoewel zeker 60% van de respondenten recent geschoold is op het gebied van innovatieve onderwijsconcepten en -praktijken maar slechts iets meer dan eenderde geschoold is in het gebruik van ICT in de klas/les. En dat verklaart natuurlijk veel.

Over de aard van de scholing is dan verder nog niets bekend. Het maakt immers nogal een groot verschil of je spreekt over een ECDL-training voor docenten, waarbij je getraind wordt in het gebruik van kantoorautomatiseringssoftware (!?), of te maken hebt met een EPICT-training die vooral de nadruk legt op digitale didactiek. In veel landen, waaronder ook Nederland, ligt de nadruk helaas op het eerste aanbod. Kwestie van nascholing 1.0 dus.

Daarnaast verschillen de opvattingen van docenten over het nut van ICT nogal sterk per lidstaat. Echte believers komen vooral uit Portugal, Cyprus, de UK, Spanje, Malta en Bulgarije. De non-believers komen vooral uit Finland, Estland Duitsland en Slovenië.

Een belangrijk onderzoek dus waarin helaas de antwoorden van Nederlandse respondenten ontbreken. Het aantal respondenten (minder dan 50!!) uit Nederlands was volgens de onderzoekers te laag om representatief geacht te mogen worden. Dat is nu het tweede grootschalige Europese onderzoek onder docenten waarin Nederland schittert door afwezigheid (zie mijn eerdere bericht over het TALIS-onderzoek). Dat vind ik persoonlijk enigszins teleurstellend. De vraag is wie (het ministerie?) daar iets aan zou kunnen of moeten doen.

Samenwerking: de relatie tussen ECM en de ET2020-agenda

Monday, December 28th, 2009

Waarom zou ik investeren in Enterprise Content Management? Volgens het rapport van Forrester, uitkomst van een recente survey onder kennismanagement professionals,  is ECM vooral van belang om de samenwerking binnen organisaties te ondersteunen. En organisaties zijn gebaat bij slimmere vormen van samenwerking. Dus daarom zou ik erin investeren.

In zijn bespreking van het rapport brengt Bill Ives (Portals and KM) o.a. naar voren dat:

  • 72% of respondents said their organizations plan to increase ECM use or the number of ECM deployments in the next 12 months
  • from the enterprise 2.0 perspective, 61% cited content sharing as the most important driver for investment in ECM
  • the role of collaboration will only increase.
    Echter als zo vaak speelt het geld een rol en lijkt het er op dat de redenen om te (blijven) investeren niet altijd even duidelijk zijn.

    Return on investment (ROI) remains an issue: A majority of firms can’t prove ROI, likely making approval for ECM investments more difficult.

    Nu de Lissabon-strategie, waaronder die voor het onderwijs (ET2020), voor de komende 10 jaren de focus legt op de verhoging van de arbeidsproductiviteit, zouden meer bedrijven (en ook onderwijsinstellingen) gebaat zijn  bij het bevorderen van de samenwerking.  Het verbeteren van de samenwerking (slimmer samenwerken) wordt ook wel aangeduid met de kreet ‘sociale innovatie’ . Daarbij ligt de nadruk vooral op de onderlinge relaties en het vermogen om creatief en innovatief te zijn.

    In zijnimage beleidsaanbeveling aan de nieuwe Europese Commissie (EU2020: Why skills are Key for Europe’s Future) laat  Paul Hofheinz,  voorzitter van de Lisbon Council, duidelijk weten waar het om gaat:

    Put simply, we need a pro-active, high-profile agenda that answers the social and economic challenges we face in clear and clearly definable terms.

    Zie voor een verdere bespreking van Hofheinz’  aanbeveling het artikel Europa’s toekomst als ‘lerende samenleving’ (bron).

    Het centrale probleem van Europa als terugvallende kennisregio kent twee oorzaken. Ten eerste achterblijvende investeringen in onderwijs in Europa, ongeacht of het nu de overheid of het individu is waar de investeringen vandaan komen. En, ten tweede, beperkte mogelijkheden voor een levenlang leren en dan met name op het gebied van scholing vanuit het werk zoals training on the job.

    Onderwijsinstellingen hebben dus niet alleen zelf baat bij slimmere vormen van samenwerking. Voor het onderwijs is er tevens een belangrijke rol weggelegd om de kenniswerker van de toekomst op te leiden en om als onderwijs zo toegankelijk mogelijk te zijn voor laaggeschoolden:

    These figures will demonstrate that any serious efort to raise employment rates must be accompanied by a simultaneous strategy to invest more in the low skilled and provide greater opportunity and access to additional training (zie Innovating Indicators: Choosing the Right Targets for EU 2020).

    Een nieuwe strategie vraagt ook om een stukje bezinning met betrekking tot de indicatoren die eronder liggen. Opportunities    and    access    to    education    and    vocational    training is dan ook een nieuwe indicator binnen de EU2020-agenda. Dat vraagt mijns inziens ook om meer investeringen in een leven lang leren en vormen van ‘blended learning’.

    Slimmer samenwerken en samen leren zonder onderscheid des persoons; daar gaat het om. En dat vraagt om een duidelijke sociale agenda.

    Het zal volgens de Lisbon Council in het komende decennium juist de sociale agenda zijn die bepalend wordt voor de concurrentiekracht van Europa. Simpel gesteld, aldus Hofheinz: als we beter willen leven dan de rest van de wereld, dan moeten we beter zijn dan de rest van de wereld.

Opnieuw een interessant inkijkje …

Sunday, December 27th, 2009

… als het gaat om de toekomst van het tijdschrift. Deze keer via een bericht van Bas van Essen op idealize.nl . Het gaat om een samenwerking tussen een Engels designbedrijf (Berg) en een Zweedse uitgever (Bonnier) onder de naam Mag+:

Can we marry what’s best about magazines with the always connected, portable tablet e-readers sure to arrive in 2010?

Leuk aan het filmpje is de uitleg die wordt gegeven over het proces van conceptualiseren. 


De tags die Van Essen bij het bericht gebruikt, zijn de volgende: design, E-reader, iphone, magazine, online, tablet. Daarmee lijken de belangrijkste kenmerken aardig weergegeven; hooguit touchscreen en interactive zou ik zelf nog hebben toegevoegd. Maar misschien dat er nog andere ontbreken. Helemaal als je deze ontwikkelingen in verband zou willen brengen met het onderwijs. Als je er nog meer paraat hebt die je zinvol lijken, dan hoor ik dat graag.

The Education Futures timeline

Sunday, December 27th, 2009

Scholen sluiten hun deuren rond 2037 en de mensheid heeft geen grip meer op de eigen toekomst vanaf 2045 door alle snelle technologische ontwikkelingen. Tja, voorspellen  mag soms een beetje over de top zijn; het blijft leuk om te zien wat de mensen achter “Education futures” hebben bedacht. En het gaat ook iets verder dan alle voorspellingen voor 2010 die ons ongetwijfeld weer te wachten staan.

Uit de site blijkt overduidelijk de affiniteit met non-formeel en informeel leren. Hoofdredacteur John Moravec is volgens zijn profiel, naast zijn  reguliere werk bij de Universiteit van Minnesota, onder andere een ‘educational change agent’. Onderwijs daadwerkelijk zover krijgen dat het ook verandert, is een interessante uitdaging. Als je dan nog eens opnieuw naar de voorspellingen in de timeline kijkt, vraag je je af of het formele onderwijs wellicht inderdaad aan de eigen inertie ten onder gaat. Of je vindt juist dat change agents als Moravec de moed vooral niet moeten opgeven en moeten blijven sleuren en trekken om het onderwijs in beweging te krijgen.

Dan is het vervolgens dus maar de vraag wat we over twintig jaar met elkaar onder formeel onderwijs verstaan. Ik heb persoonlijk de overtuiging (dus dat is zo’n beetje mijn eigen timeline) dat het vooral de ontwikkelingen op het vlak van een leven lang leren zijn  die de komende twintig jaar het denken over en de praktijk van het onderwijs sterk zullen beïnvloeden.

 

Integratief model voor het beschrijven van ICT-gedreven innovatie in onderwijs

Sunday, December 20th, 2009

With the help of our analytical framework, we tried to identify three interdependent layers that influence the diffusion of ICT in education. While the adoption is very much impacted by individual choice, the embedding in an institutional formal learning process is highly dependent on the organizational learning process and the implementation of adequate supportive structures.

Met dit model (zie hieronder) proberen de auteurs een verklaring te geven voor de dynamiek en invloeden die een rol spelen bij de adoptie van ICT in het onderwijs op zowel het maatschappelijk, instellings- als individuele niveau. De auteurs spreken van diffusion ofwel de verspreiding van ICT-gerelateerde innovatie.

In this paper we have primarily focused on the diffusion process, its interdependence on individual choice, organization learning, policies as well as social and cultural development.

Op basis van een internationale vergelijking komen ze tot de conclusie dat ICT-gerelateerde onderwijsinnovatie vooral conditioneel  . afhankelijk is van nationale overheden en in mindere mate van ‘transnational political bodies’. Ondanks het feit dat overheidsbeleid, aanpassing van curricula en deskundigheidsbevordering de bepalende condities vormen, achten de auteurs invloeden op het niveau van het individu en de maatschappij als van wezenlijker impact op de verspreiding van technologische innovatie.

Nevertheless, the sustainable integration and ubiquitous access to technological innovations is mainly led by expectations (i.e. norms perceived by the individual) and attitudes developed by social interaction in the society at-large.

Een zinvol vervolg zien de auteurs in het verder bestuderen van de relaties en afhankelijkheden tussen de verschillende niveaus van het model en de systematische beschrijving van de verschillende variabelen (zoals docenten, studenten en ouders). Deze verdere uitwerking kan een verklaring opleveren voor de verschillen in diffusiesnelheid op de verschillende niveaus. Gelet op hun bevindingen tot nu durven de auteurs al wel een statement te maken.

Obviously, top-down approaches are nearly impossible. Change can only be induced indirectly via the individual media competence of teachers and students.

kolo2

Figure 2: Levels of influences on the dynamics of ICT-based innovations in education

Het artikel waarin zij het model beschrijven is publiek toegankelijk op de site Digital Culture & Education.

Posted via email from paulomoekotte’s posterous