Archive for May, 2008

Motiverende film door en voor docent

Friday, May 30th, 2008

What will YOU do today?

Vicky Davis (aka Cool Cat Teacher) is onder de indruk van een film gemaakt door docenten voor docenten. Ze vraagt in haar bericht dan ook aan een ieder om er over te bloggen en de film ook vooral te embedden.

What a great way to summarize the learning in a professional development course for a school! What a great way to let the teachers at your school understand what all of this means.

Dit klinkt uitnodigend genoeg om de film zelf even te bekijken. Nu eens niet op YouTube maar het alternatieve TeacherTube. Statements van docenten die hun dag beginnen met onderwijs waarbij ze allemaal op hun eigen wijze moderne technologie bij inzetten. Die wil ik wel delen!

Tap tap, who´s there?

Wednesday, May 28th, 2008

In een bericht van 27 mei (Kennis: expert of massa?) reageert Wilfred op een bericht van Polle de Maagt (Wisdom of Crowds en/of The Law of the Few?) waarin deze verschillende vormen van expertise als  concepten tegenover elkaar plaatst.

wat is de waarde van de mening van de massa en wat is de waarde van de mening van experts?

Waarom niet de vraag: “Voor wie is deze mening van waarde?” Het gaat uiteindelijk, zo is mijn  indruk, om meningen en niet om wetenschappelijk kennis of feiten. En meningen hebben pas waarde (voor een ander) nadat ze geuit zijn en voor een ander ook iets betekenen.

Naast elkaar plaatsen: oké; tegenover elkaar: waarom nu toch weer? Het gaat mij in dit soort berichten altijd net even te ver om varianten zo tegen elkaar af te zetten als zouden het concurrererende concepten zijn. Doet me denken aan de recente ‘ophef’ over het boek van Keen en alle discussies over de waarde van Wikipedia. Je bent het wel of je bent het niet; je hebt wat te vertellen of niet. 

Er zijn, zo een rapport van de WRR, verschillende soorten kennis en verschillende soorten expertise. In het rapport Van oude en nieuwe kennis De gevolgen van ict voor het  kennisbeleid (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid; 2002) wordt hier op een zeer leesbare manier nader op ingegaan. Vooral hoofdstuk twee (”Veranderingen in het kennisbegrip“) is interessant omdat er transparant wordt ingegaan op het ‘ontstaan’ van nieuwe vormen van kennis en over de controverses over expertise die dit tot gevolg heeft:

De geprivilegieerde status van de expert heeft niet alleen zijn oorsprong in diens cognitieve voorsprong ten opzichte van de non-expert. Een belangrijk kenmerk van de expert is zijn onafhankelijkheid. Een expert wordt verondersteld in hoge mate belangeloos en objectief te zijn.

Het onderscheid tussen expertise die zonder problemen wordt geaccepteerd en expertise die ter discussie wordt gesteld, is echter niet stabiel. Er loopt eerder een continuüm van gevestigde en oncontroversiële wetenschappelijke kennis naar kennis die wel in het publieke domein ter discussie wordt gesteld. Hierbij ligt de plaats van een bepaalde expertise op dit continuüm niet vast. (…) Geen enkele vorm van kennis kan definitief aan één van de twee polen geplaatst worden.

Een artikel met een interessante benadering van expertise (”Over concepten die marginaliseren en uitsluiten“) en discussie en inspraak in het publieke domein is van Martijn Duineveld en Raoul Beunen. 

In planning en ontwerp zullen altijd
keuzes gemaakt moeten worden, daarover geen twijfel. We mogen echter niet vergeten dat alle keuzes politieke keuzes zijn en nimmer te objectiveren. Verschillende kennis kan daarbij een rol spelen en niet alle kennis kan even  belangrijk zijn. Maar als we vinden dat  burgers meer betrokken moeten worden bij besluitvorming, moeten we ook  accepteren dat hun kennis en waarden een grotere rol gaan spelen. Daarvoor zullen we moeten accepteren dat kennis niet in dualistische categorieën (feiten vs. waarden, objectief vs. subjectief) is op te delen. Er zijn er ontelbaar meer mogelijk, en ook deze indelingen bepalen we zelf.

De tekst vind je in een themanummer van het tijdschrift TOPOS. Jongens uit een geheel andere discipline maar met een goed verhaal. Zet die gedachtegang maar eens in lijn met de reactie van Verbiest op het rapport van de commissie Dijsselbloem:

Externe sturing leidt tot de-professionalisering van docenten.

Objectieve en belangenloze experts zouden dus niet moeten/mogen marginaliseren op een dergelijke wijze dat dit leidt tot de-professionalisering van een complete beroepsgroep. Toch? Maar zo werkt het blijkbaar niet. Quis custodiet ipsos custodiet? En wie is hier dan de opper-’expert’? Of wie heeft het gewoonweg voor het zeggen?

Wat te zeggen van deze opvatting van Etienne Wenger Onderwijsinnovatie van december 2007) over expertise in het artikel ‘Leren is: worden wie je bent’:

Als het principe van co-creatie in het onderwijs zou worden toegepast, hoe zou dat er dan uitzien?

Wenger: ‘Het betekent dat een docent er niet zonder meer van uit kan gaan dat zijn kennis vanzelf bij studenten komt binnenvallen. Op een of andere wijze moet hij een ontmoeting creëren tussen zijn eigen expertise en die van zijn publiek. Dat houdt in dat een docent zijn studenten moet beschouwen als experts op een bepaald domein. Hij zou ze op z’n minst moeten beschouwen als aankomende of beginnende leden van een beroepsgemeenschap. Een andere mogelijkheid:beschouw ze als experts in het managen van hun eigen leven en daag ze uit om betekenis te vinden in datgene wat je doceert. Wat is de praktische relevantie voor hun eigen leven? Zo krijg je een zinvol leerproces’.

Moeilijk voor de professional, c.q. docent, dus co-creatie komt maar moeizaam of helemaal niet van de grond, zoals ik al eerder berichtte.

Ook ik onderschrijf de conclusie van Polle: het is een EN … EN verhaal. En dan geef ik graag de voorkeur aan het creëren van ontmoetintgen in plaats van confrontaties.

Achter sommige theorieën, methoden en concepten die tot doel hebben de kennis en waarden van burgers te betrekken bij het ruimtelijk beleid gaan  waarschijnlijk de beste bedoelingen schuil. Maar in plaats dat ze ervoor  zorgen dat burgers meer kunnen worden betrokken, marginaliseren deze concepten ze bij voorbaat. (Duineveld en Beunen)

Wilfreds aanvulling m.b.t. de voorwaarden voor Wisdom of Crowds is aardig maar hij vergeet een aantal zaken die hij recentelijk nog op de managementsite heeft opgepikt. Hoe zit het met fenomenen als ‘groupthink‘ en ‘risky shift‘? Ik kom ze praktisch om de hoek tegen bij onderwijsteams die CGO implementeren. Teams zijn geen crowds, dat is waar. Maar ook op grotere schaal lijken ze werkzaam als valkuilen als je kijkt naar landelijke discussies over bijvoorbeeld de invoering van CGO. Het internet geeft crowds de wendbaarheid en  snelheid van teams.

Wat ik tenslotte mis in het bericht van Polle is de wijze waarop Dave Pollard de ‘theorie’ over de Wisdom of Crowds  in een model heeft geplaatst (TAPPING THE WISDOM OF CROWDS: AN INTEGRATED MODEL). Een uitwerking die verder gaat dan de paar voorwaarden van de ReadWriteWeb.

Tapping into the Wisdom of Crowds with a disciplined process will reduce or eliminate the need for (and cost of) ‘expert’ consultants, academics and focus groups, while producing better decisions and solutions than those experts can offer.

Plan-Do-Study-Act: klinkt zo veel vriendelijker

Monday, May 26th, 2008

De leraar zou gebaat zijn bij meer reflectie op het eigen werk. Maar hij staat er niet altijd voor open.

Er niet open voor staan, er niet aan toe komen; ik laat graag in het  midden waar het aan ligt. Een uitspraak als deze, beginnend met “De leraar …” zal op veel tegenwerpingen en bezwaren mogen rekenen. En dan nog wel een uitspraak van de inspecteur-generaal voor het onderwijs, gedaan naar aanleiding van het meest recente onderwijsverslag “De staat van het Nederlandse onderwijs“.

Roeters: „Scholen hebben die gegevens, maar missen blijkbaar de kennis om er goed mee om te gaan.”

Kijkend naar deze uitspraak vind ik de kop van het bericht op de site van de inspectie “Scholen evalueren hun resultaten onvoldoende” aansprekender en ook meer ter zake dan de kop in Trouw: “Leraar geeft slechter les“.

We doen veel goede dingen in het onderwijs, maar weten dat niet altijd vast te houden of te verheffen tot leermoment. We hebben ook al vaker aangehoord dat we de cirkel/cyclus niet rond maken. Niet alleen scholen evalueren onvoldoende, ook leraren zijn daar zelf liever niet mee bezig. Wellicht komt dat mede door de wijze waarop reflectie en evaluatie worden ‘gebracht’ in termen van plan & control en checks & balances. Kretelogie die veel wordt gebezigd maar zo weinig met onderwijs te maken heeft. Daarbij laat ik de reguliere bedrijfsvoering graag even buiten beschouwing. (Hoe ik mijn kinderen opvoed, staat grotendeels los van de hoeveelheid zak- en kleedgeld die ik verantwoord vind dan wel de vraag of ik het redelijk vind dat zoon of dochter al op zestienjarige leeftijd bijverdient, etc.)

Door middel van de doorbraakmethode wordt de professional, in welke branche dan ook, geprikkeld om zelf aan de kwaliteit van het dagelijkse werk te sleutelen. Een methode die is bedacht door een professional en niet een of andere qualitymanagement-goeroe. Een methode, voor professionals, gericht op snelle resultaten (laaghangend fruit) en niet omkleedt met te veel bureaucratie. En deze professional, de Amerikaanse kinderarts Don Berwick, heeft er voor gekozen om te spreken van Plan-Do-Study-Act. Een simpele maar zeer doeltreffende aanpassing van het bekende Plan-Do-Check-Act.

Annette Roeters verontschuldigt zich welhaast door de volgende uitspraak:

Wij staan niet voor een evaluatie ván het onderwijs, maar eentje vóór het onderwijs. Wij willen dat scholen de komende jaren beter gebruik maken van gegevens die zij zelf al hebben.

Maar, beste mevrouw Roeters, een schooldoorlichting (externe evaluatie) is wel degelijk iets heel anders dan schoolontwikkeling (interne evaluatie). Dus laat het onderwijs nou studeren op ervaringen om er van te leren en laat de inspectie maar checken of de ervaringen wel aan de (normatieve) kwaliteit blijven voldoen. Innovatie is nu eenmaal geen normatief proces. En toezicht uitoefenen leidt al absoluut niet tot innovatie, i.c. ‘out of the box’-denken.

De controlevragen (tja, ik heb het woord niet bedacht; ijkpunten was me liever geweest) die de commissie Dijsselbloem heeft aangereikt, vormen volgens mij een goed kader voor onderwijsontwikkeling. Tenslotte begint iedere cyclus met nadenken (de planfase) en dus met het vaststellen van een aantal ontwerpprincipes of onderwijskundige ijkpunten. De term controlevragen veronderstelt echter dat je alweer verderop in de cyclus zit. Ook de commissie Dijsselbloem kan zich blijkbaar niet van een model van beheerste/gemanagede onderwijsontwikkeling

Standaardisering van examens

Saturday, May 24th, 2008

In competentiegerichte examinering is geen plaats voor een gestandaardiseerd  examen voor Nederlands en moderne  vreemde talen.

Dit is de stelling in het laatste nummer van Toetsvisie, een uitgave van  Cito.

Twee collega’s uit het veld hebben vervolgens hun standpunt ingenomen en uiteengezet. Als je dan leest wat aan het standpunt van beiden ten grondslag ligt …. Tja, geen wonder dat de standpunten zo’n beetje tegenover elkaar staan.

Opponent 1 (Jan Harm Vos | Expert onderwijs en examinering,
Rijn IJssel Vakschool Wageningen) maakt het terechte onderscheid tussen examenstandaarden in de zin van (beheersings)criteria en het examen  als product/toets. 

Standaardisering van examens is iets anders dan centrale
uniforme examens.

Hij is het daarom met de stelling eens; maar … hij is niet tegen standaardcriteria. Volgens Vos dient daarnaast toch vooral de nadruk te blijven liggen op de beheersing van beroepscompetenties en in mindere mate op de meer funderende competenties als Nederlands, Rekenen-Wiskunde, de Moderene Vreemde Talen. Ik geef hem in beide opzichten gelijk.

Opponent 2 (Joke de Jonge | Stafmedewerker Onderwijs en Kwaliteitszorg Noorderpoortcollege) is het niet met de stelling eens. Zij steekt bij haar argumentatie echter van wal in termen van normen en niveaus.

Waarom zouden er geen normen gesteld kunnen of mogen worden aan het niveau van een toekomstig beroepsbeoefenaar?

Een interessante vraag die echter niets met de stelling te maken heeft. Daarmee doelt De Jonge dus eigenlijk op de nuancering die Vos aanbrangt. Want ook Vos is vóór gestandaardiseerde criteria. Maar dat is helaas geen reactie op de stelling. De redenatie van De Jonge eindigt uiteindelijk bij landelijke methoden en examens.

Net zoals momenteel landelijk allerlei methoden ontwikkeld worden voor niveau 1 t/m 4 om een taal te leren, zouden volgens mij ook landelijke examens ontwikkeld kunnen worden om het taalniveau te toetsen.

Kijkend naar de stelling en de reacties bekruipt me het gevoel dat niet direct duidelijk wordt wat  met “een gestandaardiseerd examen” wordt bedoeld. Gaat het om de de beheersingsniveaus; de beheersingscriteria; de toetscriteria; de toets- of examenvorm of zelfs het gehele examenproces. En als experts uit het veld al zo snel langs elkaar praten …

De landelijke discussie die momenteel speelt over standaarden t.a.v. examens wordt mijns inziens door dezelfde onduidelijkheid vertroebeld. Wat dat voor de uitkomsten van die discussie en voor het CGO inhoudt, zal de tijd uitwijzen.

Virtuele Open High School in Utah

Tuesday, May 20th, 2008

Een bijzonder inititatief en waarschijnlijk het eerste in zijn soort. De staat Utah kent een Open High School die zich uitsluitend baseert op Open Educational Resources (OER).

The mission of the Open High School of Utah is to provide Utah students with an excellent education through an online, virtual environment that will help them achieve their full academic and social potential.

The core philosophy of the Open High School of Utah is that education is a universal human right and that the most effective education is hands-on, service-oriented, and available to anyone. Because of this philosophy, OHSU is committed to using open educational resources – educational materials that can be freely and legally copied, changed, and shared.

Deze charter school  vraagt om ieders medewerking. De eerste fase in de opstart bestaat namelijk uit het inventariseren van beschikbare open educational resources. Deze kunnen op de speciale wiki worden ‘aangemeld’ onder vermelding van het type, de bron (URL) en de licentie.

Natuurlijk heeft deze Open High School ook kenmerken van reguliere scholen. Het is de bedoeling om na de inventarisatiefase de verschillende OE-resources te verbinden met het curriculum (state curriculum standards) en de leerdoelen. Daarna wordt bekeken welke resources er nog ontbreken om deze vervolgens zelf te gaan ontwikkelen. Tenslotte is het ook de bedoeling om passende, afgestemde toetsing te ontwikkelen.  

OHSU offers a full college preparatory program and the opportunity for students to earn both a high school diploma and an associate’s degree from the Utah State University, emphasizing computer science.

Voor de didactiek van deze virtuele school wordt gebruik gemaakt van het zogenaamde service-learning.

service-learning is a form of experiential education where learning occurs through a cycle of action and reflection as students work with others through a process of applying what they are learning to community problems and, at the same time, reflecting upon their experience as they seek to achieve real objectives for the community and deeper understanding and skills for themselves.

Wat service-learning inhoudt wordt duidelijk door onderstaand voorbeeld:

For example, if school students collect trash out of an urban streambed, they are providing a service to the community as volunteers; a service that is highly valued and important. When school students collect trash from an urban streambed, then analyze what they found and possible sources so they can share the results with residents of the neighborhood along with suggestions for reducing pollution, they are engaging in service-learning.

Het leren staat dus altijd in dienst van enerzijds de student en anderzijds een bepaalde vorm van dienstverlening zoals maatschappelijke dienstverlening.

Of je een volledig onderwijsprogramme op die manier zou kunnen inrichten en uitvoeren is maar de vraag. Maar op onderdelen zal het zeker mogelijk zijn om deze verbinding te maken. Ook in het MBO worden bepaalde projecten die studenten uitvoeren vaak verbonden aan maatschappelijke organisaties en doelen. Wat nog onduidelijk is hoe zaken als de intake, inschrijving, begeleiding en dergelijke worden vormgegeven. Toch zaak om dit initiatief via de weblog van David Wiley in de gaten te houden.


Close
E-mail It