Archive for maart, 2008

Standaarden voor sociale netwerken in het onderwijs

dinsdag, maart 11th, 2008

We raken in het onderwijs steeds meer gewend aan het belang van standaarden. Met name als het gaat om de uitwisselbaarheid van gegevens zijn standaarden onmisbaar. Binnen het onderwijs heeft onder andere kennisnet een bijdrage geleverd door zich sterk te maken voor de ontwikkeling van de edustandaard (het  content zoekprofiel voor PO, VO en BVE) en meer recentelijk (2007) de portfoliostandaard (E-portfolio NL).

In verband met de recente discussies over het gebruik van sociale netwerken komen er ook andere standaarden in beeld. Een aantal van die standaarden zijn onlangs bediscussieerd tijdens een van de SXSW Interactive Festival Panels. Op de site van de ReadWriteWeb is er op basis van de paneldiscussie in het bericht 4 Technologies for Portability in Social Networks: A Primer een korte ‘primer’ gepubliceerd van de belangrijkste van deze standaarden, zoals OpenID, FOAF, XFN en andere.

Mijn verwachting is dat we op termijn vanuit onze nog meer gesloten onderwijssystemen toenadering zoeken tot de sociale netwerken op het web, zoals Facebook en Ning. Voor de argumenten die hierbij een rol spelen verwijs ik graag naar onderstaande, uitstekende presentatie van Wilfred Rubens.

Om de koppeling met sociale netwerken op een goede manier te realiseren, zijn standaarden dus voor het onderwijsveld van belang.

Ik ben dan ook benieuwd op welk moment er aandacht zal gaan ontstaan voor dit soort standaarden, bijvoorbeeld bij partijen als Surf en Kennisnet. En natuurlijk is het ook van belang dat de aanbieders van de traditionele schoolsystemen als Blackboard, N@tschool en noem maar op, tevens ondersteuning bieden voor dit soort standaarden. Of instellingen moeten bij de aanschaf van nieuwe systemen al rekening houden met de ondersteuning van deze standaarden in het plan van eisen. Een voorbeeld van zo’n systeem is Elgg, een open source portfolio-achtig social netwerk, dat bijvoorbeeld FOAF ondersteunt.

ScotEduBlogs: goed voorbeeld doet …

maandag, maart 10th, 2008

Het Schotse ScotEduBlogs is het platform voor een  indrukwekkende hoeveelheid edubloggers. En het is interessant om te zien dat de site wordt gesponsord door de Scottish Qalifications Authority en Learning en Teaching Schotland. Volgens mij is de eerste (een beetje) te vergelijken met COLO en de laatste met bijvoorbeeld SLO. 

Wat zou het mooi zijn wanneer dit soort organisaties in Nederland de kennisdeling in het onderwijs zouden bevorderen door een vergelijkbare opstelling.  De infrastructuur zou bijvoorbeeld kunnen worden geleverd door Kennisnet.

Nu zijn ‘we’, in Nederland, bijvoorbeeld afhankelijk van een dienst als rocnieuws.nl die is opgezet door Paragin. Paragin, toch echt een commerciële club, is zelfs zo ver gegaan ook feeds te scrapen van ROC’s die zelf geen RSS-feeds aanbiedenHandig toch!

En inmiddels bevat de site  ook een groeiend overzicht van edubloggers.  Helaas een onoverzichtelijk geheel want wie herkent in het rijtje dat Margreet van den Berg voornamelijk blogt over games, Gerard Dummer over PABO-stuff, Jef van den Hurk en John van Dongen over toekomstscenario’s en Indira Reynaert over crossmedia. Voor een willekeurige docent een ontoegankelijk want ongeordend geheel; voor een beetje edublogger niet zo interessant want vaak is de eigen blogroll al zo lang als een gemiddelde onderarm.

Of we zijn afhankelijk van mensen als Pierre Gorissen die in het verleden al zo vooruitstrevend is geweest om de berichten van edubloggers bij elkaar te brengen op de door hem ingerichte site www.edublogs.nl. Helaas heeft zijn site inclusief wiki nooit tot de kennisdeling geleid die hij ermee beoogde. En waar dat nu precies aan ligt is een interessante vraag die mij ook vaak bezighoudt. Waarom zijn wij in Nederland zo slecht in kennisdeling? Wie het weet mag het zeggen.

Elsevier stapt in de Open Courseware-trein

maandag, maart 10th, 2008

Elsevier logo.

Uitgever  Elsevier is een overeenkomst aangegaan met MIT. De overeenkomst heeft betrekking op het gratis gebruik van materiaal uit de lange lijst van Elsevier publicaties. Het gaat bij het gebruik om illustratie, tabellen en tekstdelen uit vooral wetenschappelijke artikelen.

The Elsevier content includes up to three figures (including tables and illustrations) per individual article (or ten per journal volume) and up to 100 words from a single text extract (or 300 words from a series of extracts)

Deze delen mogen gebruikt worden in het cursusmateriaal van MIT dat onder de vlag van OCW op het internet geplaatst wordt. Ook op het materiaal van Elsevier is een Creative Commons licentie van toepassing.  

This is a great example of how publishers and institutions can work together to support the academic community, in this case by making it easier to use copyright works for academic purposes

Online versies e-leren en e-leerinhoud voor de docent

zaterdag, maart 8th, 2008

In het verleden ben ik eens gestuit op de producten van het Belgische netwerk voor open- en afstandsleren (BE-ODL). Het ging daarbij om twee gidsen in PDF-formaat: Van leren naar e-leren en Van leerinhoud naar e-leerinhoud.

Inmiddels is ook de online versie van beide gidsen gereed. De online versies vind je op het volgende adres: http://www.learn-the-e-way.eu

De gidsen zijn omgezet naar een online cursus en daarbij is onder andere eXe, het open source auteurspakket, gebruikt.

 

 

 

 

Mocht de aanpak met eXe bevallen dan is de online cursus eXe bij walhak.com (Susan Walther en Hans Hak) ook een aanrader. Op de site van Susan en Hans zijn ook meer interessante online cursussen te vinden.

PLE of VLE?

vrijdag, maart 7th, 2008

In het Engelse taalgebied is er al langere tijd serieuze aandacht voor de persoonlijke leeromgeving (PLE). En het is dan ook niet meer dan logisch dat er geregeld sprake is van discussie tussen voor- en tegenstanders. De tegenstanders zijn over het algemeen meer aanhangers van elektronische leeromgevingen die door de instelling worden gehost en dus gecontroleerd. De voorstanders van PLE’s zijn vooral zoekende en kijken vaak met een scheef oog naar allerlei ‘loosely coupled’ web 2.0 technologieën.

Wat opvalt is dat de discussie zich zo duidelijk kenmerkt door onoverbrugbare tegenstelling. Men betrekt stelling en is dus verklaard voor- of tegenstander. Dat doet me denken aan de discussie over het nieuwe leren die eveneens vaak ontaardt in zwart-wit denken en uitgesproken dialectiek. Dat is ook meteen jammer omdat er voor beide benaderingen iets te zeggen valt en ze elkaar m.i. ook niet uitsluiten.

In een bericht over PLE en VLE probeert Martin Weller, werkzaam bij de Engelse Open Universiteit, een brug te slaan door te spreken van een continuum waarbij PLE en VLE geen tegengestelden zijn:

PLEs and VLEs are NOT in competition necessarily.

Zijn bericht omvat meer dan een plaatje om het continuum te visualiseren. Met onderstaande graduele typering verklaart hij de positie van PLE en VLE. Er is daarbij sprake van afnemende centralisatie en toenemende vrijheid.

VLE/LMS – a centralised system that gives a consistent user experience to everyone

(hoge mate van centralisatie en standaardisatie: one size fits all)

TLE – Teacher learner environment. This is along the lines of Scott Leslie’s loosely coupled teaching applications. Less centralised than a VLE, the educator determines the range of tools, e.g. a blog with specific widgets, but all students use the same.

(meer keuze uit functionaliteit; nog steeds een uniforme aanpak voor de student)

DPLE – Default PLE. In this novice users (could be educators, students, employees, etc), are given a default set of applications to constitute their PLE, but they have the freedom to switch them out over time.

(een voor alle gebruikers vrij in te richten standaard omgeving waarbij functionaliteit eenvoudig naar keuze kan worden aan- of uitgezet)

PLE – the type of thing we ed techies have accrued over time, and continues to evolve. Work might be required on getting these apps to talk to each other, but really the people who operate at this end don’t need much help.

(de ultieme vrijheid: eenieder kan gebruiken wat hij maar wil en dat ook koppelen – denk aan API’s –  of verbinden – denk aan OpenID – )

Wellicht is er ooit een ander plaatje nodig om de relatie te verduidelijken. Ik kan me niet voorstellen dat de ELO’s van de toekomst geen hoge mate van personaliserig zouden toestaan. Daarmee bedoel ik ook de verbinding tussen de ELO en web 2.0 functionaliteit.  

Web 2.0 in het (medisch) onderwijs

vrijdag, maart 7th, 2008

All groups stated that they were interestedin using Web 2.0 technologies for education but there was lackof knowledge and skills in how to use these new technologies.

Helaas niet meer dan een paar citaten. Het onderzoek van J Sandars en S Schroter in het Postgraduate Medical Journal is niet gratis toegankelijk.

Hun onderzoek onder studenten van de medische faculteit van de Universiteit in Leeds leert ons dat de behoefte en belanstelling er wel is. Maar het gros van de ondervraagde studenten geeft aan niet te weten hoe ze web 2.0 zinvol en effectief in kunnen zetten bij het leren.

Een streep door de rekening voor veel docenten die Marc Prenksy’s geruststelling zo hard nodig hadden. Volgens Prensky hoef je als docent niet zoveel verstand te hebben van die moderne technologie. En zeker niet zoveel als de studenten zelf al hebben. Maar onze NET-, Google- dan wel Einsteingeneratie is toch echt niet zo bekwaam als ons steeds is voorgespiegeld.

Dus de docent is wel de schakel als het gaat om de inzet van Web 2.0 in het onderwijs:

the potential of Web 2.0 technologies for undergraduateand postgraduate medical education will only be achieved ifthere is increased training in how to use this new approach.

´╗┐