Archive for March, 2008

"If the news is that important, it will find me"

Saturday, March 29th, 2008

Mooie quote die ik tegenkwam in een bericht van NRC-blogster Marie-José Klaver. En de vragen waarmee ze het bericht afsluit zijn de juiste vragen om te stellen.

Als jongeren wel artikelen willen lezen en nieuwsuitzendingen willen bekijken, maar niet de sites van de producerende media bezoeken, wat doe je dan? Hoe zorg je ervoor dat jouw nieuws wordt opgepikt en doorgestuurd wordt?

De jeugd van tegenwoordig trekt zich weinig aan van traditionele media. ‘Even om acht uur het nieuws kijken’ is zo’n uitdrukking die ook wel zal verdwijnen in deze on-demand en just-in-time wereld.

Hoe bereik je de jeugd van tegenwoordig; hoe vind je ze? Want we hebben als onderwijs nog steeds een belangrijke boodschap. Maar het belang van de boodschap dient blijkbaar door de peers te worden aangegeven. Eerder zal een boodschap geen hoge graad van verspreiding kennen. Een gevalletje van social recommendation dus.

Volgens Richard Hooijdonk (zie zijn bericht over marketing 2.0 op marketingfacts.nl) onstaat de perfecte inhoud (boodschap) door het feit dat  anderen deze informatie kunnen verrijken met opvattingen, aanvullingen of correcties. Zo ontstaat de perfecte inhoud (boodschap).

Dus als de boodschap op de juiste wijze het P2P-netwerk ingaat, ontstaat er een soort ‘user enhanced news’  of ‘user enhanced information’ (vrij naar ’user generated content’) . Wat betekent dit voor de oorspronkelijke boodschap; wat zijn de effecten met betrekking tot de ‘branding’?

Het is een gebied dat amper verkend is. Welk ROC werkt al crossmediaal en combineert kanalen op een slimme manier?  Van multi (”Ja ook wij hebben een krantje, website, open dagen, folders, etc!”) naar mixed (”U bedoelt?”).

It’s that important!!

Onderzoek Becta over web 2.0 (sneak preview)

Friday, March 28th, 2008

 

In een bericht over …, jawel web 2.0, geeft Ewan McIntosh een doorkijkje naar onderzoek van Becta. HetWeb_20 verbaast hem niet dat de vermeende Einstein- of Netgeneratie wellicht alweer door onderzoek wordt ontzenuwd.

Their findings show that the preconception, evident in the original research question, that young people at large are being drawn “into a wide range of creative production – such as video, images, and expressive text, all of which can be uploaded, systematised, and shared”, is a utopia reach by only a minority.

Maar niet getreurd; web 2.0 heeft wel degelijk het nodige te bieden ook al gaat het allemaal niet vanzelf. Er zal in het onderwijs aandacht voor moeten zijn. En dat is nog altijd de taak van de professional. De jeugd heeft web 2.0 namelijk nog lang niet in de vingers.

Volgens McIntosh zou web 2 .0 via een aantal domeinen in het onderwijs kunnen worden ingebed.

The pedagogies they were hoping to unearth in young people’s use of Web 2.0 could be covered under four domains: Inquiry (Purpose?); Collaboration (Play?); Literacies; Audience (Public / Private?).

Het valt hem daarnaast op dat web 2.0 meer in het lager onderwijs wordt toegepast dan in het voortgezet onderwijs. Geen idee of dat in Nederland ook het geval. Ik heb wel de indruk dat er steeds meer basisschooldocenten met web 2.0 technologie bezig zijn, vaardigheden ontwikkelen en daarover ook bloggen. Zou het kunnen dat docenten in het MBO daar gewoon minder tijd voor krijgen? Of zien ze minder aanleiding om web 2.0 in te zetten in de dagelijkse lespraktijk? Mcintosh stelt vergelijkbare  vragen. Hij vraagt zich bovendien af of docenten in het lager onderwijs wellicht meer aandacht schenken aan reflectie en assessment (for learning vanzelfsprekend).

Als ik bedenk dat in het MBO zaken als reflectie en ontwikkelingsgericht beoordelen steeds meer aandacht krijgen, zou je toch verwachten dat de docenten ook behoefte gaan krijgen aan passend instrumentarium. En web 2.0 heeft van die typische kenmerken (interactie - participatie - cocreatie - peerassessment - etc.) die zich daar voor lenen!

McIntosh formuleert verder een aantal ongevraagde adviezen die toch de moeite waard zijn om mee te pakken.

Don’t romance the Web 2.0 Appetite
Denk nou niet dat iedereen op web 2.0 zit te wachten en staat te trappelen van ongeduld om het te mogen gebruiken.

School is a different place
Denk nou niet dat studenten zich laten verleiden tot gedrag dat typisch niet-schools is door het gebruik van software die typisch niet-schools is.  

I think they spend a lot of time teaching you how to use Microsoft programmes which have a help button but when you get into situations on the internet there is no help button.

Denk niet dat studenten zich wel redden met enkel de software. Web 2.0 kent geen embedded support maar is helemaal geënt op peer support. En als studenten elkaar niet kunnen helpen …!?

Inquiry is difficult
Denk niet dat studenten informatie vanzelf wel weten te vinden en te waarderen. Onderzoek is meer dan zoeken via Google en kopiëren via Wikipedia

“If there was a science test I’d probably just go to the text book. You know where everything is in the textbook but I don’t know where to find it on the web.”

Denk niet dat samenwerking ook altijd samen werken inhoudt.

Coordination is not collaboration and many of these technologies actually bring about coordination, rather than rich collaboration where everyone pulls together.

Web 2.0 challenges with the practice of education

Resource overload: nog meer, en ik doe/moet al zoveel!
ICT Absorbing the budget maar de hardware moet ook elke drie jaar worden vervangen!
Dissemination: hoe krijg je collega’s zo ver dat ze er ook mee aan de slag gaan? 
Match to existing culture:  is de organisatiecultuur er wel naar? 
Assessment allemaal leuk en aardig maar er moet ook summatief getoetst worden?  

Volgens McIntosh verschijnt het Becta-rapport binnenkort en bevat het nog veel meer interessante gegevens. Dat moet ik dus even in de gaten houden.

Mediawijsheid en e-veiligheid

Thursday, March 27th, 2008

Nog niet zo lang geleden had ik een online ‘discussie’ met onder andere Wilfred (en hier) over onder andere veilig gebruik van internet door kinderen. Mediawijsheid, sociale of  digitale geletterdheid;  het is maar net hoe je het wilt noemen. Daarbij kwamen ook even de rol van de overheid en natuurlijk die van het onderwijs aan de orde.  

Minister van onderwijs Plasterk had in een reactie op kamervragen aangegeven het niet nodig te vinden meer aandacht te schenken aan internetgebruik. Zowel de veiligheid in gegruik door kinderen als het verantwoord gebruik van de sociale dimensie van het internet zouden volgens Plasterk voldoende gegarandeerd worden door kerndoelen, eindtermen en dergelijke. Ik ben dat niet met hem eens en volgens mij ben ik niet de enige.

Bekend internetsocioloog Albert Benschop hangt de mening aan dat verantwoorde sociale omgang van mensen op internet in communities en dergelijke vooral afhangt van zelfregulering. De vfaag blijft bestaan of dat ook geldt voor kinderen die op een steeds jongere leeftijd verzeild raken in suspecte omgevingen.

Via de weblog van Ewan McIntosh (The Byron Review unveiled: better information for parents) werd ik vandaag geattendeerd op een rapport voor de Britse overheid dat zich in het bijzonder richt op e-safety. Het zogenaamde Byron-rapport ‘on children, the net and gaming’ is geschreven door Tanya Byron op verzoek van de Britse  premier. Een zeer uitgebreid onderzoeksrapport dat gelukkig ook vergezeld gaat van een samenvatting.

Een snelle blik in de samenvatting levert de volgende aanbevelingen van Byron op m.b.t het curriculum, nieuwe docenten, de lespraktijk en schoolbeleid:

In relation to Schools I recommend:
That the Government ensures that e-safety best practice is well reflected in guidance and exemplar case studies across the curriculum as part of the support being provided to help schools to implement the new curriculum. (…)

That the TDA (Training and Development Agency) take steps to ensure that new teachers entering the profession  are equipped with e-safety knowledge and skills. I recommend specific ways of  achieving this, including revising the statutory ICT test, providing guidance for  initial teacher training providers on how to assess trainee e-safety skills against the
Professional Standards for Teachers and that TDA’s survey of new teachers should include elements on e-safety.
That the Government takes this opportunity to encourage school leaders and  teachers to focus on e-safety by identifying it as a national priority for continuous  professional development (CPD) of teachers and the wider school workforce

That in all schools, action is taken at a whole-school level to ensure that e-safety  is mainstreamed throughout the school’s teaching, learning and other practices.
In particular I recommend that:
– Government should encourage schools to use Becta’s self review framework assessment to drive continual improvement in schools’ use of ICT including with regard to e-safety.
– 100% of schools should have Acceptable Use Policies that are regularly reviewed, monitored and agreed with parents and students. Guidance on this should be incorporated in Becta’s revised self review framework.
– that all schools and local children’s services use an accredited filtering service.

Er is van het advies ook een versie voor de Engelse schooljeugd verschenen op een aparte webpagina.

Vergelijkbare initiatieven in Nederland zijn te vinden bij Kennisnet (mediawijsheid) en vooral bij Digibewust. Maar zo concreet als de voorstellen van Byron richting onderwijs zijn deze intitiatieven helaas niet. Misschien moeten belangengroepen er eerst eens flink de aandacht voor vragen voordat de vrijblijvendheid wordt ingeruild voor verantwoord beleid.

IT-managers en web 2.0

Monday, March 24th, 2008

Gmail, Yahoo, Zoho en Google Apps staan bovenaan het web 2.0 ergernissenlijstje van cio’s. It-bazen zijn ook niet gecharmeerd van blog’s, wiki’s, rss en sociale netwerken. (bron)

Dit soort berichten doen mij vermoeden dat er voor de invoering van Web 2.0 in het onderwijs meer nodig is dan missiewerk bij docenten.

De belangrijkste reden voor de afkeer van de managers zou volgens het onderzoek liggen in de beveiliging. Ik vraag me af of dat ook de ware reden is. Net als bij onderzoek onder IT-managers over open standaarden enige jaren geleden door het programma OSOSS, lijkt me de onbekendheid met het fenomeen web 2.0 een belangrijke factor. Je dan gewoon verschuilen achter issues als veiligheid, is meteen ‘veilig’.

Applicaties als Google Docs of Zoho zouden bovendien niet toereikend zijn voor het gebruik in bedrijven. Ik heb het gevoel dat er in bedrijven zonder blikken of blozen wordt geupgrade naar een nieuwe versie van Word of Excel terwijl het gros van de gebruikers nog geen 10% van de geboden functionaliteit inzet of daar zelfs kennis van heeft. Een uitspraak als deze veronderstelt tevens dat IT-managers onderzoek doen naar de verschillen tussen online applicaties en de standaard software voor kantoorautomatisering. Ook dat lijkt me niet het geval. Had men dit wel gedaan dan waren in de afgelopen jaren veel meer bedrijven en scholen overgestapt op Open Office.

De gemiddelde IT-manager is volgens mij minder bij de tijd dan nodig is. Wanneer een bedrijf of shool zich strategisch oriënteert op ontwikkelingen als SOA en RIA (rich internet applications) kan men daarbij niet om Web 2.0 heen. Zolang IT-managers over forse budgetten en te weinig kenns van zaken beschikken zullen ze blijven opteren voor de ‘veilige’ keuzes.

Ook bij de waarde van een onderzoek door CIO.com kun je vraagtekens plaatsen. Een artikel bij soa-talk.blogs.techtarget.com over een onderzoek onder leden van SearchSOA.com geeft een aantal resultaten weer die een heel ander beeld oproepen.

In all we received 395 responses and 44% said rich Internet applications were part of their enterprise IT/business strategy. Another 30% reported that RIA would become part of that strategy in 2008. 85% reported that RIA was an important to extremely important piece of their SOA strategy. Only 2% said RIA wasn’t important at all to their SOA plans.
Most strikingly, 74% reported they expect the importance of RIA to their IT/business goals to increase this year.

Welke onderzoeken een correct beeld oproepen is uiteindelijk niet van belang. Voor mij is eigenlijk alleen maar belangrijk of de IT-managers in het onderwijs open staan voor de technologie die het onderwijs nieuwe mogelijkheden biedt voor interactie en participatie, de wezenskenmerken van het onderwijs van de 21-ste eeuw.

Visuele gadgets voor Google Docs

Friday, March 21st, 2008

Sinds deze week heeft Google Docs een aantal interessante nieuwe features.

Het is mogelijk om aan een google spreadsheet een gadget toe te voegen door met rechts op een cel te klikken. Bij de keuze uit de gadgets heb je de volgende mogelijkheden:

Vlakdiagram

Interactief vlakdiagram; elke numerieke kolom is een lijn

Staafdiagram

Interactief staafdiagram; elke kolom is een staaf.

Graadmeters

Elke numerieke waarde wordt weergegeven als een meter.

  Beeldlijndiagram

Lijndiagram met de diagram-API van Google

  Lijndiagram

Interactief lijndiagram; elke numerieke kolom is een lijn.

  Cirkeldiagram

Interactief cirkeldiagram; elke waarde wordt weergegeven als een taartpunt.

  Spreidingsdiagram

Interactief spreidingsdiagram. De eerste kolom is voor de X-coördinaten, de volgende kolommen voor de Y-coördinaten.

  Interactief chronologisch diagram

Een interactief chronologisch lijndiagram zoals wordt gebruikt in Google Economie. De eerste kolom bevat datums en de tweede kolom bevat waarden.

  Motion Chart

A dynamic flash based chart to explore several indicators over time. Required columns: bubble name, time and 2 columns of numeric values. Optional columns: Numeric values or categories.

  Tabel

Een interactieve tabel met filters en groepeerfuncties.

  Temperatuurkaart

Geeft een kaart weer met verschillen in kleurintensiteit die overeenkomen met bepaalde waarden. De eerste kolom bevat ISO-landcodes, en de rest van de kolommen bevatten numerieke waarden.

  Kaart

Elke rij staat voor een adres dat op de kaart wordt weergegeven; de laatste kolom kan worden gebruikt voor knopinfo.

  Zoeken op het web

Zoeken op het web naar alle geselecteerde waarden.

  Afbeeldingen zoeken

Zoeken naar afbeeldingen voor alle geselecteerde waarden.

  Organisatiediagram

Twee kolommen verwacht: een voor de naam van de werknemer en de tweede voor de naam van de manager.


Close
E-mail It