Archive for the 'leergemeenschap' Category

CGO: aandacht voor leerstijlen of interactieve diversiteit

Thursday, April 1st, 2010

Leerstijlen ter discussie

Via een bericht bij Jay Cross kwam ik terecht bij een tweetal onderzoeken naar het effect van leerstijlen en een paar reacties op de conclusies van de onderzoekers.

Een recent onderzoek van Pashler, McDaniel, Rohrer & Bjork ( Learning styles: Concepts and evidence. Psychological Science in the Public Interest, 9, 105-119) lijkt te bevestigen wat eerder onderzoek van het Learning & Skills Research Center (Learning styles and  pedagogy in post-16 learning A systematic and critical review) uit 2004 al aan het licht bracht.

“… at present, there is no adequate evidence base to justify incorporating learning-styles assessments into general educational practice.”

 

Pashler et al. stellen daarom voor de schaarse middelen in het onderwijs vooral in te zetten voor praktijken die een sterkere evidentie (i.c. significantie) hebben en niet voor de aanschaf van (kostbaar) instrumentarium dat is ontwikkeld om de leerstijlen van leerlingen vast te stellen. Leerstijlen die vervolgens weer voor meer complexiteit zorgen in het onderwijskundig ontwerp (zie hieronder de kritiek op het hanteren van verschillende modaliteiten).

 

De conclusies van het LSRC uit 2004 waren iets genuanceerder maar zijn desalniettemin van belang voor iedereen die zich bezig houdt met het onderwijskundig ontwerpen.

 

 

“The report concludes that it matters fundamentally which instrument is chosen. The implications for  teaching and learning in post-16 learning  are serious and should be of concern to learners, teachers and  trainers, managers, researchers and inspectors.”

 

Leerstijlen nader beschouwd

In hun artikel benadrukken Pashler et al. dat er naast de enorme hoeveelheid literatuur over leerstijlen sprake is van een overvloed aan concepten. Verwijzend naar een artikel uit 2004 (Coffield et al.) komen ze tot (een niet limitatief aantal van) 71 ‘different schemes’. Leerstijlconcepten, en met name te onderscheiden cognitieve stijlen, krijgen volgens hen vooral de laatste jaren een prominente plaats in de literatuur over onderwijspsychologie.

Het is met betrekking tot die constatering trouwens interessant om te moeten vaststellen dat de theorie van Gardner over meervoudige intelligenties recentelijk ook onder vuur heeft gelegen. Gardner blijkt zelf te hebben opgemerkt dat zijn ideeën een eigen leven zijn gaan leiden.

I have come to realize that once one releases an idea – “meme” – into the world, one cannot completely control its behaviour – anymore than one can control those products of our genes we call children.

 

Het LSRC-rapport is gebaseerd op onderzoek naar de meest invloedrijke leerstijlconcepten:

·         Allinson and Hayes’ Cognitive Styles Index (CSI)

·         Apter’s Motivational Style Profile (MSP)

·         Dunn and Dunn model and instruments of learning styles

·         Entwistle’s Approaches and Study Skills Inventory for Students (ASSIST)

·         Gregorc’s Mind Styles Model and Style Delineator (GSD)

·         Herrmann’s Brain Dominance Instrument (HBDI)

·         Honey and Mumford’s Learning Styles Questionnaire (LSQ)

·         Jackson’s Learning Styles Profiler (LSP)

·         Kolb’s Learning Style Inventory (LSI)

·         Myers-Briggs Type Indicator (MBTI)

·         Riding’s Cognitive Styles Analysis (CSA)

·         Sternberg’s Thinking Styles Inventory (TSI)

·         Vermunt’s Inventory of Learning Styles (ILS).

 

 

Naast deze hierboven opgesomde concepten spreken de onderzoekers in het rapport, op grond van de complexiteit van het onderzoeksdomein, een grote variëteit aan perspectieven en diversiteit aan op deze concepten gebaseerde onderwijspraktijken, over een continuüm van concepten dan wel families van verwante concepten.

Ook het denken in modaliteiten wordt in het LSRC-rapport kritisch tegen het licht gehouden.

“In addition, the report identifies a possible myth in education that may have arisen from an uncritical interpretation of learning styles. That of modality matching where it is assumed that a learner who is identified as having a strength in processing in one modality should by taught mainly in that modality.”

 

In een eerder bericht over Edgar Dale’s ‘Cone of Experience heb ik al eens geschreven over de onbewezen aanname dat verschillende modaliteiten onderscheiden leereffecten tot gevolg hebben. Daarbij moet ik opmerken dat een juiste mix van modaliteiten wel een positief effect heeft.

Wat betekent dit nu voor de praktijk van het onderwijs.

Volgens Robert Pondiscio (The Core Knowledge Blog) vraagt dit om een praktische en pragmatische benadering:

“Old conventional wisdom: teachers must target students’ different learning styles.  New CW:  Teach like learning styles exist, even if they don’t.  Proposed improved CW:  Teach in a way that engages students and makes the lesson stick, and ignore pseudoscience.”

 

Volgens Will Thalmeier (Will at Work Learning), die het vraagstuk iets zakelijker benadert, is het zaak om niet de verkeerde dingen te doen maar tegelijkertijd oog te blijven houden voor de behoeften van leerlingen/studenten:

“As a consultant in the workplace learning-and-performance field, I will likely do my clients harm if I advised for the use of a learning-style learning design. I will continue to advise clients against designing their learning based on learning styles. At the same time, I will encourage them to be watchful for specific learning needs of individual learners. For example, when a learner is confused, he or she probably needs feedback and guidance.”

Wat betekent dit voor  de invoering van CGO

Binnen CGO wordt in sterke mate het individu centraal geplaatst. Naast de individuele mogelijkheden,  behoeften en beperkingen, spelen ook de leerstijlen in de verschillende onderwijsconcepten een belangrijke rol bij de toenemende complexiteit van het gehele ontwerp.

Op  basis van bovenstaande onderzoeksresultaten voel ik steeds meer voor de wijze waarop door Sven Sierens het concept van interactieve diversiteit is verbonden met het leren (Leren voor diversiteit – Leren in diversiteit: Burgerschapsvorming en gelijke leerkansen in een pluriforme samenleving. Een referentiekader, 2007). Het voert te ver om daar in dit bericht dieper op in te gaan. Maar ik kan alle bij CGO betrokkenen deel 1 (“Diversiteit en leren: verkenning van begrippen en benaderingen”) en deel 3 hoofdstuk 10 (“Leren in diversiteit: leren van elkaar in heterogene leeromgevingen”) uit dit referentiekader van harte aanbevelen.

De onderzoekers van het LSRC sluiten hun rapport af met een hartenkreet die ik graag onderschrijf.

“Finally, we want to ask: why should politicians, policy-makers, senior managers and practitioners in post-16  learning concern themselves with learning styles, when the really big issues concern the large percentages of students within the sector who either drop out or end up without any qualifications?

Should not the focus  of our collective attention be on asking and answering the following questions:

·         Are the institutions in further, adult and community education in reality centres of learning for all their staff and students?

·         Do some institutions constitute in themselves barriers to learning for certain groups of staff and students?”

 

 

 

 

 

Onderwijslogistiek, sociaal kapitaal en betrokkenheid

Thursday, November 19th, 2009

Veel ROC’s in het land zoeken op dit moment naar oplossingen in de bedrijfsvoering die een verdere flexibilisering en individualisering van het onderwijs mogelijk maken. Een van die initiatieven, het samenwerkingsverband PARELL, had vandaag een bijeenkomst georganiseerd waar ik als contactpersoon van het ROC van Twente bij aanwezig was.
Naast een presentatie over de resultaten van Triple A, een vergelijkbaar samenwerkingsverband, werd een presentatie verzorgd door het bedrijf Alvitrae. In samenwerking met het ROC van Eindhoven heeft Alvitrae een planningstool voor roosteraars ontwikkeld (Xedule).

In de kern worden door deze tool alle mogelijke leerroutes/-programma’s van individuele studenten geclusterd door een roostermachine. Die ‘machine’ probeert zoveel mogelijk de capaciteit van de organisatie, in termen van mensen en middelen, optimaal af te stemmen op de vraag van de studenten. Ook de onderwijscatalogus speelt bij dit planningsproces een belangrijke rol. Gevolg daarvan is mogelijkerwijs dat studenten voor de verschillende leeractiviteiten steeds weer met wisselende medestudenten een ingeplande activiteit volgen. Tijdens de presentatie vielen een paar keer de begrippen ‘requirements’ en ‘contstraints’.

Als het gaat om ‘constraints’ schieten mij een aantal zaken door het hoofd die weinig te maken hebben met doelmatigheid en betaalbaarheid van onderwijsbedrijfsvoering maar m.i. wel degelijk van invloed kunnen zijn op het onderwijsrendement.
Bijvoorbeeld de vraag of de, mogelijk dagelijks, sterk wisselende samenstelling van de ‘groepen’ die het onderwijs op deze manier volgen het idee van ’samenwerkend leren’ niet in de weg staat. Binnen CGO is samenwerkend leren een belangrijk concept dat qua werkvorm niet alleen goed past bij projectmatig werken maar ook dienstbaar is aan de ontwikkeling van sociaal kapitaal. In verband met de schooluitval in het MBO worden bovendien begrippen als binding en betrokkenheid vaak gebruikt.

Begrippen als sociaal kapitaal, binding en betrokkenheid kunnen niet alleen in verband gebracht worden met de persoonlijke begeleiding van studenten door docenten en/of studieloopbaanbegeleiders. Veel aandacht gaat bij de invoering van CGO momenteel uit naar vormen van begeleiding.
Deze begrippen hebben evenzeer betrekking op de relatie(s) tussen studenten onderling. Relaties die van belang zijn voor samenwerkend leren en een participatieve pedagogie. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat sociaal kapitaal niet alleen de prestatiemotivatie maar ook de leerprestaties van studenten positief beïnvloed. Tevens blijkt uit onderzoek van ROC’s dat studenten vaak minder moeite hebben dan gedacht met de grootschaligheid van de organisatie of de schoolgebouwen. Een element dat daarbij een rol speelt is het groeps- en saamhorigheidsgevoel.

Ik kan me voorstellen dat een planningstoool, deels geïnspireerd door de planning in de luchtvaart, leidt tot efficiënte bezetting van het aantal stoelen en benutting van docenten. Maar ik vraag daarbij wel af wat deze wijze van plannen en roosteren betekent voor de sociale interactie en participatie in sociale verbanden binnen het onderwijs, de tevredenheid van studenten over de schoolorganisatie en eventueel zelfs de uitvalcijfers.

Posted via email from paulomoekotte’s posterous

ATutor Social: elo’s en sociale media

Thursday, April 23rd, 2009

Steeds meer ontwikkelaars van elektronische leeromgevingen kijken met belangstelling naar het gebruik, de mogelijkheden en de toenemende populariteit van sociale media. Die ontwikkeling is aanleiding om het eigen product uit te breiden of ingrijpend om te bouwen.

Een voorbeeld dat mij aanspreekt is de oplossing die is gekozen door de ontwikkelaars van het Canadese ATutor. In plaats van een imitatie van veel sociale media in de eigen omgeving (uitbreiden van functionaliteit) hebben zij gekozen voor een koppeling met alle mogelijke sociale media op het net. Daarvoor hebben ze, misschien wel als eersten, gebruik gemaakt van Google’s OpenSocial Container. Een slimme zet, want liever dan ’sociaal opgesloten’ te raken in een leeromgeving of wéér een nieuw netwerk te moeten starten en onderhouden, kunnen studenten hun eigen omgeving mee naar binnen nemen.

Door dit stukje techniek van Google is het mogelijk van alles  op het gebied van web 2.0 en sociale media, uiteenlopend van eenvoudige gadgets en widgets tot volledige netwerken als facebook, in te bedden in de leeromgeving. De ’sky is the limit’ als het gaat om de uitbreidingsmogelijkheden die hierdoor ontstaan. Denk eens aan de mogelijkheden op het gebied van formatieve studentenportfolio’s die studenten nu daadwerkelijk helemaal zelf kunnen beheren in hun eigen netwerk en die eenvoudig in de leeromgeving ingebed kunnen worden. De versmelting van leer-, werk-, en persoonlijke omgeving is noch maar een ‘heartbeat away’.

ATutor Social is an implementation of the Google OpenSocial Container Specification. In addition to introducing basic social networking capabilities, such as keeping contacts, group participation, and social graphing, ATutor Social can leverage thousands of existing social applications that can be added each person’s social networking environment with the click of a button. All of a sudden there are thousands of new modules for ATutor.

Onder de naam ATutor Social is deze uitbreiding toe te voegen aan versie 1.6.2 en hoger. De Nederlandse language pack voor deze versie is al voor 83% gereed, dus ook dat is goed nieuws voor geïnteresseerden. Hier is de demo van ATuror Social om deze Elo eens uit te proberen.

MIT makes research available on the web

Friday, April 3rd, 2009

Dit is goed nieuws. In de wereld van de wetenschap wordt open access al weer een tijdje geregeld bediscussieerd en openlijk beleden. Maar nog steeds is veel materiaal verborgen achter de muren van betaalde sites en betaalde downloads.

Het unanieme besluit van MIT om alle wetenschappelijk onderzoek zonder uitzondering via internet te delen met de ‘gemeenschap’ zal voor een boost gaan zorgen. Jaren terug was de beslissing van MIT om colleges online te plaatsen (Open CourseWare) wederom aanleiding voor veel instituten om dit voorbeeld na verloop van tijd te volgen. Inmiddels is het stimuleren en ontwikkelen van Open Educational Resources een wereldwijd zichtbaar fenomeen.

Het is dus opnieuw MIT dat waarschijnlijk voor een doorbraak zal zorgen. Bravo!

Keuzes: own your choice!

Monday, March 30th, 2009

Geen idee wat dit bijzondere concept ‘ons’ (als in ‘de vele internetgemeenschappen en sociale netwerken waar wij deel van uitmaken’) nog eens zou kunnen opleveren. Dit stukje techniek geeft gebruikers de mogelijkheid te stemmen dan wel een keuze kenbaar te maken en vervolgens met anderen over die keuze/voorkeur in gesprek te gaan.

De ontwikkelaars hebben vooral de dialoog over onderwerpen als roken, gezondheid, zelfbeeld, cultuur, relaties en school op het oog gehad. De mogelijkheden gaan natuurlijk veel verder als het gaat om zaken als bewustwording, kritische reflectie en identiteitsontwikkeling. 

“Individual people are represented by small outer sectors on a circle, which are linked to individual profile pages. One can use filters on the right side of the screen, for instance to filter by gender, age or location, or to find like-minded peers, or complete opposites. More colors means more activity.”

Ik ben benieuwd welke ‘democratische’ tools ons nog meer te wachten staan. Voorbeelden als deze vind ik zeker veelbelovend.


Close
E-mail It